Wat komt er binnen?

Om uit te komen met je geld is het belangrijk dat je weet wat er binnenkomt. Als je precies weet wat je inkomsten zijn, kun je je uitgaven namelijk hierop afstemmen. En zo voorkom je dat je teveel uitgeeft en vervolgens de rest van de maand geen geld meer hebt, of je rekeningen niet meer kunt betalen.

 

Hieronder bespreken we verschillende vormen van inkomsten, zoals zak- en kleedgeld, loon, studiefinanciering en een uitkering.

 

Zak- en kleedgeld

Veel jongeren krijgen zakgeld en/of kleedgeld van hun ouders. Dit is meestal een vast bedrag per week, per maand of per drie maanden dat je van je ouders krijgt. Zak- en kleedgeld zijn bedoeld om je te leren met geld om te gaan.

 

Sommigen krijgen het contant, weer anderen op hun bankrekening. Niet iedereen krijgt evenveel zak- of kleedgeld. Dit is afhankelijk van hoe oud je bent, hoeveel geld je ouders hebben, of je zelf nog een bijbaantje hebt en wat je er allemaal zelf van moet betalen.

 

Het is belangrijk dat je met je ouders duidelijke afspraken hebt over hoe je je zak- of kleedgeld uitgeeft. Wat moet je bijvoorbeeld allemaal van je zakgeld betalen? Je eigen beltegoed, snoep en snacks, maar geen cadeautjes? En moet je er ook van sparen? Wanneer krijg je het? Ook over de besteding van kleedgeld kunnen afspraken gemaakt worden. Moet je er bijvoorbeeld álle kleding van kopen, of betalen je ouders toch nog je winterjas of ondergoed?

 

Zak- en kleedgeld geven je een bepaalde vrijheid, je kunt immers (tot op zekere hoogte) zelf bepalen wat je ervan koopt en wanneer. Zoals eerder gezegd kun je er ook van leren hoe je met geld kunt omgaan. Je moet namelijk met een bepaald budget uit zien te komen, aangezien je geld maar één keer kunt uitgeven. Net als je salaris later.

 

Loon

In principe mag je vanaf je 13 e een bijbaantje hebben of vakantiewerk doen. Het hebben van een bijbaan is een mooie manier om een extra zakcentje te verdienen. Natuurlijk gelden er wel allerlei regels over hoe lang en (tot) hoe laat je mag werken (deze zijn hier te vinden). Ook moet je goed opletten of je wel het minimumloon verdient.

 

Als je vakantiewerk doet of een (bij)baan hebt betaal je belasting over het loon dat je ontvangt. Soms betaal je teveel belasting en kun je dit (of een gedeelte hiervan) terugvragen bij de Belastingdienst. Zie voor meer informatie over belasting terugvragen de website www.belastingdienst.nl.

 

Tegemoetkoming scholieren

Als je achttien jaar of ouder bent en voortgezet onderwijs volgt of voortgezet algemeen onderwijs voor volwassenen (vavo), dan kan je bij de IB-Groep een tegemoetkoming scholieren aanvragen. Deze bestaat uit twee delen.

 

Een basistoelage: de basistoelage krijg je altijd, maar is wel afhankelijk van je woonsituatie: inwonend of uitwonend.

 

Een aanvullende toelage: de hoogte van de aanvullende toelage is afhankelijk van het inkomen van je ouders, het aantal kinderen in het gezin en het soort onderwijs.

 

Studiefinanciering

Jongeren vanaf 18 jaar die een opleiding volgen op het MBO, het HBO of de universiteit hebben in veel gevallen recht op studiefinanciering en een OV-studentenkaart. De studiefinanciering bestaat er in verschillende vormen. Hoeveel studiefinanciering je krijgt en welke voorwaarden er precies gelden, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals welke soort opleiding je volgt en het inkomen van je ouders. Studiefinanciering kun je aanvragen bij de Informatie Beheer Groep (IB-Groep). Meer info hierover is te vinden op www.ib-groep.nl.

 

Volg je een MBO-opleiding op niveau 1 of 2, dan is je studiefinanciering een gift. Na je opleiding hoef je alleen een eventuele lening terug te betalen.

 

Volg je een MBO-opleiding op niveau 3 of 4, of studeer je aan het HBO of de universiteit? Dan geldt het volgende. Om te beginnen is er de basisbeurs, de hoogte hiervan is afhankelijk van de woonsituatie (inwonend of uitwonend). Bij de basisbeurs wordt niet naar het inkomen van je ouders gekeken, dit is een bedrag waar je als student sowieso recht op hebt als je een voltijdse opleiding volgt.

 

In principe wordt er van je ouders verwacht dat zij ook bijdragen aan de kosten van je studie. Als ze dit echter niet kunnen betalen dan kom je misschien in aanmerking voor een aanvullende beurs. Deze beurs wordt berekend aan de hand van het inkomen van je ouders. Daarnaast wordt er ook gekeken of je nog broers of zussen hebt die een aanvullende beurs ontvangen.

 

Zowel de basisbeurs als de aanvullende beurs zijn prestatiebeurzen. Dit houdt in dat er een prestatie van je wordt verwacht in ruil voor de ontvangen studiefinanciering. Concreet betekent dit dat je studiefinanciering in eerste instantie een lening is. Deze wordt omgezet in een gift als je binnen tien jaar je diploma haalt. Haal je geen diploma, dan moet je de prestatiebeurs met rente terugbetalen.

 

Naast een bijdrage van je ouders en/of je studiefinanciering, kun je ook zelf meebetalen aan je studie. Dit kan bijvoorbeeld door naast je studie te werken of door een lening bij de IBG aan te vragen. Maar bedenk voordat je gaat lenen wel dat je de lening na je studie mét rente moet terugbetalen. Hoeveel je mag lenen is afhankelijk van je woonsituatie en schooltype. Als je recht op een prestatiebeurs is afgelopen, maar je nog niet klaar bent met je studie, kun je nog maximaal drie jaar lenen. Op de website van de IB-Groep is een rekenhulp te vinden, waarmee je kunt uitrekenen hoe hoog je studieschuld ongeveer zal worden.